Paragrafen

Weerstandsvermogen

3.3 Weerstandsvermogen

Inleiding

Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om financiële tegenslagen als gevolg van acute exogene risico's direct op te vangen, zonder dat daar een aanpassing van beleid voor nodig is.

Het weerstandsvermogen bestaat uit de verhouding tussen:

a. de beschikbare weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken;

b. de benodigde weerstandscapaciteit, zijnde alle risico’s waarvoor géén maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.

In november 2024 is de kadernota weerstandsvermogen 2025 (RIS320223 ) vastgesteld waarin de visie en spelregels van het weerstandsvermogen zijn vastgelegd. Gemeenten zijn volgens het BBV verplicht om in de programmabegroting en de programmarekening een paragraaf op te nemen waarin wordt gerapporteerd over het weerstandsvermogen. Deze paragraaf weerstandsvermogen is conform deze kadernota opgesteld.

De kadernota weerstandsvermogen stelt dat:

  • de beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien;
  • bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit alleen exogene risico’s worden opgenomen.  

De hoogte van de algemene reserve wordt jaarlijks bij de programmabegroting vastgesteld op 3% van de in het voorgaande jaar gerealiseerde lasten. De hoogte van de algemene reserve wordt alleen tussentijds naar boven bijgesteld als:

  • het risicoprofiel evident wijzigt in omvang (>20%);
  • een calamiteit zich voordoet zoals een pandemie, natuurramp of een vorm van extreem geweld.

Het risicoprofiel van de gemeente wordt twee keer per jaar geactualiseerd. Dit wordt gedaan aan de hand van de relevante criteria op basis van een Monte Carlo-simulatie (zie hierna). De risico’s die onderdeel uitmaken van deze simulatie zijn dit jaar geactualiseerd op basis van een gemeentebrede stresstest uitgevoerd door SEO (' Brede stresstest gemeentefinanciën Den Haag actualisatie weerstandsvermogen 2026') (Toegevoegd als bijlage bij deze begroting). Op basis van de uitkomsten (benodigde weerstandscapaciteit) uit dit simulatiemodel wordt gemonitord of de algemene reserve (beschikbare weerstandscapaciteit) hoog genoeg is (dat wil zeggen binnen de marge van 20% blijft), of naar boven bijgesteld moet worden.

De hoogte van de algemene reserve voor 2027 is bepaald aan de hand van de vastgestelde programmarekening 2025 op 3% van de in dat jaar gerealiseerde lasten (exclusief reserves). Voor het begrotingsjaar 2027 is de beschikbare weerstandscapaciteit berekend op € 105,9 mln. (3% van € 3,5 mld.) plus de post onvoorzien (1 euro). Hiermee komt de beschikbare weerstandscapaciteit uit op € 105,9 mln.

Indien het risicoprofiel op basis van het risicosimulatiemodel evident hoger (>20%) is dan de beschikbare weerstandscapaciteit wordt de hoogte van de algemene reserve naar boven bijgesteld. Op basis van de uitkomst van het risicosimulatiemodel is de benodigde weerstandscapaciteit van Den Haag € 108 mln. De afwijking tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit is niet hoger dan 20%, daarom hoeft de algemene reserve niet naar boven bijgesteld te worden.

In het eerste deel van de paragraaf wordt de berekening van het risicoprofiel en de risico's verder toegelicht. In het tweede deel wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente Den Haag er financieel voor staat door de scores op de financiële kengetallen.

Deze pagina is gebouwd op 09/23/2026 11:02:17 met de export van 09/11/2026 16:51:00