Home

Algemeen

1.2 Van de staat van Financien naar het coalitieakkoord

Op 3 maart 2026 heeft de gemeenteraad de Staat van de Financiën (RIS324741) ontvangen. Dit document geeft een objectief beeld van de financiële positie van de gemeente, om zo een transparant vertrekpunt voor het budgettair kader bij het coalitieakkoord te bieden. Startpunt hierbij is de begroting 2026-2029. Voor de coalitievorming is het financiële vertrekpunt geactualiseerd op basis van de voorjaarsnota van het Rijk, de meicirculaire van het gemeentefonds en door een aantal exogene factoren die de omvang van de begroting beïnvloeden, zonder dat de gemeente hier direct op kan sturen. Het gaat hierbij naast de ontwikkelingen in het gemeentefonds onder meer om belastingopbrengsten, rente en dividenden.

In onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van het budgettair kader. Het budgettair kader bestaat uit het budgettair vertrekpunt, de meevallers en extensiveringen en de intensiveringen. In de volgende paragrafen wordt hier in meer detail op ingegaan.

bedragen x € 1.000

Budgettair kader 2026-2030

Incidenteel

Structureel

2026 e.v.

2027

2028

2029

2030

1. Budgettair vertrekpunt 

85.530 

-2.705 

135 

-8.815 

-10.015 

2. Meevallers/extensiveringen 

94.053 

57.440 

70.940 

92.540 

115.840 

Subtotaal beschikbare ruimte

179.583 

54.735 

71.075 

83.725 

105.825 

3. Intensiveringen

-179.583 

-54.735 

-71.075 

-83.725 

-105.825 

Totaal

0

0

0

0

0

 
Budgettair vertrekpunt
Het budgettair vertrekpunt is normaal gesproken onderdeel van de Voorjaarsnota. Omdat er dit jaar in verband met de coalitieonderhandelingen geen Voorjaarsnota is opgesteld, is het budgettair vertrekpunt hieronder opgenomen en toegelicht.

bedragen x € 1.000

1. Budgettair vertrekpunt

Incidenteel

Structureel

2026 e.v.

2027

2028

2029

2030

a.       Doorstart herverdeling gemeentefonds  

-8.500

-17.000

b.       Actualisatie voorjaarsnota Rijk  

-3.000

-6.000

-8.000

-10.000

-13.000

c.        Reservering volumegroei 2029  

10.000

10.000

d.       Volumegroei 2030  

11.500

e.        Dividenden  

1.000

f.         Algemene reserve  

23.000

g.       Rente  

3.000

5.000

9.000

2.000

h.       BUIG  

4.400

i.         Areaal buitenruimte  

-500

j.         Belastingopbrengsten (areaalgroei OZB)  

735

735

735

735

k.       Parkeren  

-1.500

-1.500

-1.500

-1.500

-1.500

l.         Vrijval kapitaallasten  

3.000

2.000

2.500

Subtotaal budgettair vertrekpunt 

29.900

235

235

-7.265

-7.265

m.     Kapitaallasten omzetten naar incidenteel  

59.290

-2.750

-2.750

-2.750

-2.750

n.       Kasschuif  

-3.660

-190

2.650

1.200

Subtotaal technische bijstellingen

55.630

-2.940

-100

-1.550

-2.750

Totaal

85.530

-2.705

135

-8.815

-10.015

De autonome ontwikkelingen leiden tot een incidenteel voordeel van circa € 30 mln., met name als gevolg van een positief jaarrekeningresultaat. Structureel is sprake van een tekort van circa € 7 mln., mede als gevolg van de huidige voorziene herverdeling van het gemeentefonds. Het risico bestaat dat dit nadeel vanaf 2031 verder oploopt. De komende jaren zal het college zich actief inzetten om dit nadeel zoveel mogelijk te voorkomen. De verschillende onderdelen van het budgettaire vertrekpunt worden hieronder verder toegelicht:

  1. Doorstart herverdeling gemeentefonds
    De minister van BZK heeft aangekondigd dat per 1 januari 2029 een volgende stap wordt gezet in het ingroeipad naar de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. Voor Den Haag pakt deze herverdeling negatief uit. Dit kan oplopen tot maximaal € 15 per inwoner per jaar (€ 8,5 mln.) en circa € 90 mln. in totaal. Op basis van het voorzichtigheidsprincipe (begrotingsregel 3) zijn de negatieve effecten voor de komende 4 jaar daarom verwerkt in het budgettair kader.
  2. Actualisatie voorjaarsnota Rijk
    Conform de meicirculaire 2026 wordt het effect van de actualisatie van de voorjaarsnota Rijk verwerkt in het budgettair kader. Hierdoor vindt een neerwaartse bijstelling plaats die oploopt van € 3 mln. in 2026 naar € 13 mln. in 2030.
  3. Reservering volumegroei 2029
    Den Haag ontvangt jaarlijks naast loon- en prijscompensatie ook middelen vanuit het Rijk voor volumegroei. Vanaf 2029 was hiervoor € 10 mln. geraamd op basis van de BBP-groei. Vanwege onzekerheden rond het gemeentefonds is dit bedrag eerder niet ingezet in de begroting 2026-2029.
  4. Volumegroei 2030
    De verwachte volumegroei voor 2030 komt uit op structureel € 11,5 mln.
  5. Dividenden
    Per saldo ontstaat in 2026 een voordeel van € 1,0 mln. HTM keert dit jaar geen dividend uit vanwege tegenvallende reizigersaantallen. Dit levert een nadeel op ten opzichte van de begroting van € 1,5 mln. Daarnaast daalt het dividend van de BNG met € 1,4 mln. vanwege een tegenvallend resultaat over 2025. Tegenover deze nadelen staat een incidenteel voordeel van € 3,9 mln. op de dividendopbrengst van Stedin.
  6. Algemene reserve
    Op basis van de resultaatbestemming 2025 is de stand van de algemene reserve € 128,8 mln. De minimale hoogte bedraagt € 105,9 mln. Daarmee is € 23 mln. beschikbaar voor het budgettair kader.
  7. Rente

Er zijn rentevoordelen van in totaal € 19 mln. tot en met 2029. Dit komt voornamelijk door hogere rentebaten uit schatkistbankieren en doordat geraamde rentekosten lager uitvallen, doordat er pas later dan verwacht een nieuwe lening aangetrokken hoeft te worden.

  1. BUIG
    Op 17 februari jl. heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) een uitspraak gedaan over de ontoereikende budgetten voor de bijstand (BUIG) voor de jaren 2017 t/m 2022. De rechter heeft besloten dat Den Haag voor de jaren 2018 en 2019 € 3,4 mln. extra krijgt. Inclusief rente betekent dit dat Den Haag dit jaar € 4,4 mln. ontvangt vanuit het Rijk.
  2. Areaal buitenruimte

In de programmabegroting 2025-2028 is opgenomen dat jaarlijks € 0,5 mln. uit het budgettair kader beschikbaar wordt gesteld voor de toenemende kosten van het beheer en onderhoud van de fysieke ruimte.

  1. Belastingopbrengsten (areaalgroei OZB)

De OZB-opbrengsten nemen vanaf 2027 toe met € 0,735 mln. door de groei van de stad (aantal woningen).

  1. Parkeren
    De parkeeropbrengsten nemen af met € 1,5 mln. Dit wordt vooral veroorzaakt door een daling in het aantal aanvragen van parkeervergunningen. Met de invoering van het nieuwe parkeersysteem moeten vergunninghouders een nieuwe aanvraag doen en deze aanvragen blijven achter bij de aantallen vergunningen die tot nu toe verstrekt waren.
  2. Vrijval kapitaallasten

Investeringen in de openbare ruimte, gebouwen en automatisering worden opgenomen in het meerjarige investeringsplan (MIP). Jaarlijks wordt bepaald of er kapitaallasten vrijvallen. Incidenteel valt € 5 mln. vrij (€ 3 mln. in 2026 en € 2 mln. in 2027) doordat een aantal investeringen zijn vertraagd. Daarnaast valt vanaf 2030 € 2,5 mln. vrij aan structurele kapitaallasten, omdat de afschrijvingsperiode van een aantal investeringen die gedekt zijn met structurele kapitaallasten afloopt en er geen vervangende investeringen nodig zijn.

Om de beschikbare middelen in lijn te brengen met het verwachte bestedingsritme zijn er twee technische bijstellingen toegepast:

  1. Kapitaallasten omzetten naar incidenteel
    Door de investeringen die met incidentele middelen gedekt waren structureel te dekken (€ 2,75 mln.), komt er incidenteel € 59 mln. beschikbaar.
  2. Kasschuif
    Tot slot is een kasschuif toegepast om de beschikbare middelen en geplande bestedingen met elkaar in evenwicht te brengen.

Meevallers en extensiveringen
Vanwege de beperkte financiële ruimte is gekeken naar meevallers en mogelijkheden voor extensiveringen. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de meevallers en extensiveringen uit het coalitieakkoord zijn verdeeld over de programma’s.  

bedragen x € 1.000

2. Meevallers en extensiveringen

Incidenteel

Structureel

2026 e.v.

2027

2028

2029

2030

03 Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie

500

1.000

1.500

2.000

04 Openbare orde en Veiligheid

3.000

3.000

05 Cultuur en Bibliotheek

250

500

750

1.000

06 Jeugd en Onderwijs

2.500

2.500

2.500

2.500

07 Werk en Inkomen

3.000

8.800

10.300

11.300

13.800

08 Zorg, welzijn en volksgezondheid

2.850

9.850

20.350

26.850

09 Buitenruimte

290

290

290

290

10 Sport

11 Economie

500

500

500

500

12 Mobiliteit

13 Stadsontwikkeling en Wonen

14 Stadsdelen en Dienstverlening

15 Financiën

25.000

26.750

24.000

21.350

21.500

16 Overhead

7.500

Taakstelling gemeentelijke organisatie

-11.500

12.000

20.000

30.000

42.000

Extensivering subsidies op alle domeinen 2%

2.000

4.000

5.400

Dekking uit reserves

67.053

Totaal gemeente Den Haag

94.053

57.440

70.940

92.540

115.840

Alle extensiveringen zijn conform begrotingsregel 4 (zie online bijlage 1) direct in de begroting verwerkt. De verdeling over de programma’s van de taakstelling op de gemeentelijke organisatie, de extensivering van subsidies met 2% en de dekking uit reserves is opgenomen in online bijlage 16.

Met het budgettair vertrekpunt en de meevallers en extensiveringen komt de beschikbare budgettaire ruimte uit op € 179,6 mln. incidenteel en € 57,4 mln. oplopend tot € 115,8 mln. structureel. Deze bedragen zijn vervolgens ingezet voor intensiveringen. Deze komen in de volgende paragraaf aan bod.

Intensiveringen

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de intensiveringen uit het coalitieakkoord zijn verdeeld over de programma’s. In de teksten bij de programma's worden de intensiveringen nader toegelicht.

In het coalitieakkoord is vanaf 2028 een structureel bedrag van € 2,085 mln. opgenomen voor gratis OV voor kinderen van 4-11 jaar. Inmiddels is gebleken dat dit landelijk gefinancierd zal gaan worden. Het bedrag van € 2,085 mln. is daarom nu toegevoegd aan programma 7 Werk en inkomen en zal ingezet worden voor Levensloop en ontwikkeling. De toevoeging aan programma 7 is verwerkt in onderstaande tabel.

bedragen x € 1.000

3. Intensiveringen

Incidenteel

Structureel

2026 e.v.

2027

2028

2029

2030

01 Gemeenteraad

-50

-100

-100

-100

02 College en Bestuur

-1.075

-475

-475

-475

-475

03 Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie

-25.000

04 Openbare orde en Veiligheid

-7.700

-3.750

-5.250

-5.700

-6.100

05 Cultuur en Bibliotheek

-9.000

-1.250

-1.500

-6.700

-6.700

06 Jeugd en Onderwijs

-7.200

-20.000

-15.000

-15.000

-15.000

07 Werk en Inkomen

-5.000

-8.665

-8.665

-8.665

08 Zorg, welzijn en volksgezondheid

-22.900

-11.400

-3.450

-3.950

-3.950

09 Buitenruimte

-10.450

-3.700

-8.075

-12.925

-20.925

10 Sport

-2.500

-385

-485

-585

-1.885

11 Economie

-18.388

-2.600

-5.700

-5.700

-5.700

12 Mobiliteit

-10.000

13 Stadsontwikkeling en Wonen

-45.620

-200

-15.600

-17.500

-6.000

14 Stadsdelen en Dienstverlening

-4.000

-2.000

-2.400

-1.800

-1.800

15 Financiën

-15.750

-2.500

-2.500

-2.500

-26.100

16 Overhead

-1425

-1.875

-2.125

-2.425

Totaal gemeente Den Haag

-179.583

-54.735

-71.075

-83.725

-105.825

Deze pagina is gebouwd op 09/23/2026 11:02:17 met de export van 09/11/2026 16:51:00