Home

Algemeen

1.3 Overige budgettaire onderwerpen


Risico: Herverdeling gemeentefonds
De algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt over gemeenten verdeeld via een verdeelmodel. Dit model verdeelt het beschikbare budget in het gemeentefonds op basis van circa 50 maatstaven. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aantal inwoners, het aantal uitkeringsgerechtigden, het aantal jongeren en de oppervlakte van de gemeente.  

In 2023 is het verdeelmodel aangepast. De belangrijkste aanleiding hiervoor was dat de verdeling van de middelen voor het sociaal domein nog was gebaseerd op de situatie van vóór de decentralisaties waardoor sommige achterliggende aannames achterhaald waren. Daarnaast waren een aantal onderdelen al langere tijd niet herijkt, zoals de mate waarin gemeenten eigen inkomsten kunnen gebruiken om hun kosten te dekken. Verder was het verdeelmodel door de stapeling van afzonderlijke verdeelkeuzes in de afgelopen twintig jaar erg ingewikkeld en ondoorzichtig geworden.  

Het nieuwe verdeelmodel heeft een (fors) negatief herverdeeleffect van structureel ruim € 108 mln. op de bijdrage die de gemeente Den Haag ontvangt uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. Via een ingroeipad groeien gemeenten naar de nieuwe verdeling toe. Voor de periode 2023-2025 is het herverdeeleffect door BZK beperkt tot respectievelijk € 7,50 per inwoner in 2023 en € 15 per inwoner in 2024 en 2025. In de programmabegroting 2023-2026 van Den Haag is deze eerste stap (korting van € 37,50 per inwoner, € 20,8 mln. totaal) verwerkt. In 2026 is het ingroeipad voor alle gemeenten gepauzeerd.

In mei 2026 heeft BZK aangegeven (Kamerbrief herziening verdeelmodel) het ingroeipad van de herverdeling in 2029 te willen hervatten. Het effect per gemeente van de invoering van het nieuwe model zal, zoals in de voorgaande jaren ook is gebeurd, naar verwachting worden beperkt tot een bedrag van maximaal € 15 per inwoner per jaar. Voor Den Haag betekent dit een jaarlijkse structurele korting van circa € 8,5 mln. Vanwege de mogelijke omvangrijke financiële impact zet de gemeente zowel ambtelijk als politiek-bestuurlijk volop in op het verminderen van het negatieve herverdeeleffect voor Den Haag. 

In het scenario dat de huidige resterende korting van bijna € 88 mln. blijft staan, heeft Den Haag nog ruim tien jaar te maken met een ingroeipad van € 8,5 mln. per jaar. In het budgettair vertrekpunt is het ingroeipad voor de jaren 2029 en 2030 verwerkt. Dit is in lijn met begrotingsregel 3, die voorschrijft dat eventuele nadelen direct in de meerjarenbegroting verwerkt moeten worden.

Risico: Jeugdzorg
Het Rijk en de VNG hebben gezamenlijk vastgesteld dat de kosten voor jeugdzorg te hoog zijn en de afgelopen jaren te hard zijn gestegen. Daarom is een Hervormingsagenda vastgesteld, waarin is afgesproken om verschillende maatregelen te nemen waardoor de vraag naar Jeugdzorg wordt beperkt en de kosten afnemen.

Den Haag zet zich in om de kwaliteit van de zorg te waarborgen en te innoveren, de beschikbare middelen efficiënt in te zetten (kostenbeheersing) en sturing op de jeugdhulp te versterken. Hiervoor wordt het actieplan “Grip en zicht op kosten Jeugdhulp” (RIS318284) uitgevoerd. Als onderdeel hiervan is in 2024 het Haags Toekomst Perspectief (HTP) ingevoerd. Daarbij heeft de gemeente de lokaal ingekochte zorg aanbesteed op basis van populatiebekostiging. Per 2028 wordt ook de regionaal ingekochte zorg opnieuw aanbesteed, waarbij onder andere ingezet zal worden op kostenbeheersing (RIS322101).

In de praktijk voert het Rijk nog niet alle maatregelen uit. Daardoor is de verwachte afname van de kosten nog niet voldoende zichtbaar en ontstaan jaarlijks tekorten. Den Haag heeft van het Rijk een tegemoetkoming voor de tekorten van 2023 en 2024 (€ 23,6 mln.) en extra structurele middelen (€ 13,4 mln.) ontvangen. Toch is het budget dat Den Haag van het Rijk ontvangt om de taken rond jeugdzorg uit te voeren nog te laag en blijven er tekorten ontstaan, die Den Haag met algemene middelen moet oplossen.

De verwachte tekorten in 2026 en 2027 zijn in het coalitieakkoord met extra middelen uit het budgettair kader opgelost. Vanaf 2030 is er een verwacht tekort van € 40 mln. We investeren structureel € 30 mln. extra in jeugdzorg, dit doen we door € 15 mln. binnen de begroting te dekken en omdat we vanaf 2028 € 15 mln. extra van het Rijk verwachten. Richting het Rijk lobbyen we actief om te zorgen dat we deze middelen daadwerkelijk krijgen. Om een tekort op de jeugdzorg te voorkomen nemen we daarnaast voor € 10 mln. maatregelen.

Cofinancieringsfonds
Het doel van het cofinancieringsfonds is om middelen van externe partijen (zoals het Rijk en de EU) voor de (grote) opgaven in de stad waarvoor cofinanciering vanuit de gemeente een vereiste is, aan te trekken. Het cofinancieringsfonds is daarmee een instrument om snel in te kunnen spelen op samenwerkingsmogelijkheden die de financiële slagkracht van de gemeente Den Haag vergroten.
Jaarlijks vindt bij de begroting integrale besluitvorming plaats over het onttrekken van middelen uit het cofinancieringsfonds. De spelregels rond het fonds zijn vastgelegd in de Verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2026 artikel 5:10.

In de begroting 2025-2028 zijn afspraken vastgelegd over de voeding van het cofinancieringsfonds. Eén van de afspraken is dat jaarlijks 25% van het jaarrekening overschot wordt overgeheveld naar het cofinancieringsfonds. Dat was over 2025 een bedrag van € 5,5 mln. Ook de jaarlijkse vrijval reservering areaalgroei wordt aan het cofinancieringsfonds toegevoegd. Dat is voor 2026 € 8,2 mln. Vanwege het amendement ‘geef thuis’ (RIS323784) is € 2,5 mln. minder aan het cofinancieringsfonds toegevoegd dan oorspronkelijk begroot. Het totaal beschikbare bedrag 2026 komt daarmee uit op € 91,1 mln. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de beschikbare middelen ingezet worden. Ten opzichte van de vorige begroting is de ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor (RIS324160) toegevoegd.

bedragen x € 1.000

Cofinancieringsfonds  

Budget

Realisatie t/m 2025

Nog beschikbaar

Zuidwest  

15.000 

2.970 

12.030 

Europese subsidies  

3.500 

1.727 

1.773 

Volkshuisvestingsfonds  

6.282 

144 

6.138 

Renovatie binnenhof  

1.500 

981 

519 

Park Transvaal  

3.700 

3.700 

Programma invoering nieuwe tram  

3.010 

3.010 

Verduurzaming Dumava subsidies  

2.341 

1.350 

991 

Verplaatsen gasoverslagstation  

1.400 

1.400 

ZE zone sloopregeling  

500 

500 

Van Bearlestraat  

2.300 

2.300 

Nieuw: Ontwikkelstrategie Laakhavens Hollands Spoor  

21.000 

21.000 

Nog niet bestemd 

30.468 

30.584 

Totaal 

91.001 

13.882 

77.235 

 
Riool en afval
Voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing is in het coalitieakkoord opgenomen dat deze volledig kostendekkend worden doorgerekend aan de gebruikers. Dit betekent dat het tarief voor afvalstoffenheffing stijgt met 3,4% (alleen trendmatige verhoging) en voor riool met 7,6% vanwege de kostenverhoging conform het nieuwe water en rioleringsplan. Vanwege prijsstijgingen die groter zijn dan de reguliere trend en aanvullende eisen stijgen de kosten met meer dan de trendmatige 3,4%.

Toeristenbelasting
In het coalitieakkoord is opgenomen dat de inkomsten uit toeristenbelasting worden verhoogd met € 7,7 mln. Om dit te bereiken wordt het huidige tarief van € 6,20 verhoogd naar € 8,80. Het lage tarief, dat van toepassing is op overnachtingen op campings en in havens, gaat van € 2,85 naar € 4,05. Dit wijkt af van het coalitieakkoord waarin een verhoging naar 6,5% is opgenomen. Bij de nadere uitwerking hiervan is naar voren gekomen dat een verhoging naar 6,5% niet volstaat om de afgesproken € 7,7 mln. te realiseren. Bovendien brengt een aanpassing van de systematiek, van een vast bedrag per persoon naar een percentage van de overnachtingsprijs, de nodig onzekerheid met zich mee over de hoogte van de inkomsten uit toeristenbelasting. Daarom is ervoor gekozen vast te houden aan de huidige systematiek met een vast tarief per persoon per nacht.

Meerjarig investeringsplan (MIP)
Als onderdeel van de begrotingsactualisatie is ook het MIP geactualiseerd. Toelichtingen op de ontwikkelingen in het investeringsprogramma komen aan bod in de verschillende begrotingsprogramma’s en het MIP is opgenomen in bijlage 4 bij deze begroting. Daarnaast is in november 2025 in de commissie Bestuur toegezegd om een samenvatting van het MIP op te nemen in de begroting vanwege het grote financiële belang van de investeringen. De grootste mutaties staan hieronder kort toegelicht, gevolgd door een overzichtstabel van alle geplande investeringen.

Vanuit het Coalitieakkoord 2026-2030 zijn de volgende investeringsbudgetten toegevoegd:

  • Programma 5 Cultuur en Bibliotheken: een investeringskrediet van € 80 mln. is toegevoegd als eerste stap voor de renovatie van het Kunstmuseum.
  • Programma 9 Buitenruimte: voor het Meerjarenprogramma Kunstwerken 5 zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoud van kunstwerken, waaronder bruggen en kademuren. Het investeringskrediet is hiervoor verhoogd met € 145 mln.
  • Programma 10 Sport: € 44,6 mln. wordt toegevoegd voor de realisatie van een zwembad met parkeergarage in de Binckhorst. Daarnaast is € 7,2 mln. toegevoegd voor de aanleg van acht extra kunstgrasvelden bovenop de reeds geplande aanleg.
  • Programma 12 Mobiliteit: ter verbetering van de bereikbaarheid van Den Haag wordt € 100 mln. geïnvesteerd in maatregelen die de doorstroming in de stad bevorderen. Daarnaast wordt € 150 mln. extra geïnvesteerd in de realisatie van de Vlietlijn.
  • Programma Overhead: Voor het stadhuis is een investeringskrediet van € 28,6 mln. beschikbaar gesteld voor de vervanging van de ramen.

Naast de investeringen uit het coalitieakkoord zijn binnen verschillende programma's investeringskredieten verhoogd of bijgesteld op basis van eerdere raadsbesluiten. De grootste mutaties per programma zijn:

Voor de herinrichting van de openbare ruimte in De Venen is, conform het vastgestelde Voorlopig Ontwerp Openbare Ruimte, een investeringskrediet van € 8,6 mln. opgenomen.

  • Programma 11 Economie: Verwerving Aegoncomplex (RIS 324505)
    Voor de aankoop van het voormalige Aegoncomplex ten behoeve van de realisatie van het House of Cyber is een aanvullend investeringskrediet van € 60 mln. opgenomen.
  • Programma 12 Mobiliteit: INTHR Lijn 12A (RIS 324055) en Lijn 12B (RIS 324058)

Conform de besluiten over de voorontwerpen van INTHR Lijn 12A en 12B is het investeringskrediet binnen Programma 12 Mobiliteit verhoogd met € 16,5 mln.

Naar aanleiding van het investeringsbesluit voor Parkeerhub Dreven 1D is een investeringskrediet van € 8,9 mln. opgenomen.

Op basis van het besluit Nieuwe aanpak voor het Hobbemaplein en omgeving is een investeringskrediet opgenomen van € 6,9 mln.

bedragen x € 1.000

Programma

Totale investering gemeentelijk aandeel

Gerealiseerd tot en met 2025

Totale resterende investering

Investering jaren 2026 t/m 2030

2031 en verder

 01 - Gemeenteraad 

3.200

1.333

1.867

1.867

 03 - Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 

93.633

16.858

76.774

76.774

 05 - Cultuur en Bibliotheek 

187.943

32.315

155.628

123.533

32.095

 06 - Jeugd en Onderwijs 

420.061

234.835

185.226

83.686

101.539

 07 - Werk en Inkomen 

12.136

3.899

8.237

8.033

204

 08 - Zorg, welzijn en volksgezondheid 

46.295

8.179

38.116

14.039

22.612

 09 - Buitenruimte 

718.087

299.215

418.872

417.372

1.500

 10 - Sport 

206.901

36.408

170.493

125.767

44.726

 11 - Economie 

62.412

2.121

60.291

60.291

 12 - Mobiliteit 

656.937

142.196

514.741

494.300

20.441

 13 - Stadsontwikkeling en Wonen 

57.408

38.104

19.304

19.304

 14 - Stadsdelen en Dienstverlening 

18.689

9.144

9.545

11.009

 15 - Financiën 

384.245

308.578

75.667

75.667

 Overhead 

171.070

61.290

109.780

109.780

TOTAAL

3.039.017

1.194.475

1.844.542

1.621.424

223.117

Deze pagina is gebouwd op 09/23/2026 11:02:17 met de export van 09/11/2026 16:51:00